Terug naar Kennisbank

Wat zwammen ervan zeggen

Deze keer een recensie van een boekje dat ik begin augustus op mijn verjaardag kreeg. Het boekje heeft als titel “Wat zwammen ervan zeggen”, geschreven door Arthur Oosterbaan. Op de achterkant heet hij iedereen welkom in het duistere zwammenrijk. Zwammen doen van alles in de natuur en ook voor mensen zijn ze belangrijk. Maar wat vinden zwammen van ons? De vliegenzwam leidt ons rond door het zwammenrijk en vertelt honderduit over wat er gaande is. Het boek met tekeningen van de schrijver verruimt de geest, beweert de achterkant, dus dan toch maar gaan bladeren én lezen! Zeker in dit zo droge seizoen, bijna zonder paddenstoelen tot nu toe, is een ander onderwerp dan levend materiaal uit de natuur ook wel eens interessant, vandaar de aandacht voor dit boekje. De hoofdstukken met titels als: Daar zit een luchtje aan en Wat mensen met zwammen doen en Wat zwammen met mensen doen maken nieuwsgierig naar de inhoud.

“Hoepla! Mag ik mij even voorstellen? Amanita muscaria is mijn naam. Inderdaad, de vliegenzwam, aangenaam. Ik spreek misschien een beetje bekakt, maar ja, ik kom dan ook uit een bijzondere familie. Wij amanieten zijn echt speciaal. Onze vruchtlichamen hebben de mooiste kenmerken: fraaie diepe kleuren, decoratieve plakjes op de hoed, soms met een fraaie tondeuserand, vaak een kokette ring om de steel en een stoere knol of een stijlvolle beurs waar de steel uitkomt. Leden van onze familie hebben al eeuwenlang hechte relaties met bomen, eerlijke handelsbetrekkingen, waar we beide voordeel uit putten. En ikzelf, ik ben de meest bijzondere van allemaal. Ik breng geluk onder de mensen. Door mij te eten overwin je elke angst. Ik geef je het vermogen om te vliegen, op eigen kracht. Wij vliegenzwammen hebben niets met vliegen en alles met vliegen te maken!”

(Vliegenzwam. Foto Bert Tolsma.)

Je voelt het al: de verpakking roept nieuwsgierigheid op naar de inhoud. En die inhoud is wel degelijk de moeite waard en zeker leerzaam. Niet voor niets heeft hij de inhoud van het boekje laten controleren door Peter Jan Keizer, bekend mycoloog uit Utrecht. Mocht er nog onzin in staan dan is die volledig voor rekening van de auteur, stelt hij, maar hoewel sommige stukken tekst erg lichtvoetig zijn is dat nog geen onzin. De onderzoeker trekt een fleurig jasje aan, zoiets. Een paar voorbeelden:

  • Een heel bijzondere houtafbreker is de huiszwam, de schrik van jullie monumentenzorg.
  • Er zijn paddenstoelen die hun chemische vermogens inzetten voor criminele activiteiten.
  • De giftige satansboleet kan groeien in een kurkdroog bos, omdat deze zwam een kwalijk pact met de duivel heeft gesloten, die hem van voldoende water voorziet.
  • De tranende franjehoed is een uiterst treurige verschijning, die je dan ook regelmatig op kerkhoven aantreft.
  • Wij zwammen hebben in de loop van miljoenen jaren geleerd hoe we het beste om kunnen gaan met de bodem en met de bomen, die onze klanten zijn. De meeste van ons houden zich daaraan. Tja, en dat zie ik niet zo goed bij mensen. Mensen gaan niet verstandig met de aarde om. Mensen roven de bodemschatten van onze planeet. Eerlijk, jullie mensen lijken op die maffe kabouter uit dat liedje dat iedereen kent. Hij heet in dat liedje kabouter Spillebeen, maar ik zou hem in dit geval eerder kabouter Verspillebeen willen noemen.

De auteur heeft het boekje zelf geïllustreerd met eenvoudige tekeningen.

Om het zwammenrijk zo te benaderen moet je wel een liefhebber, een kenner én een onderhoudende gids zijn. Een IVN-excursie onder zijn leiding zal nooit saai zijn.

Kenmerken

Datum 2026 / 08
Publicatie Artikel
Auteur Bert Tolsma