Terug naar Kennisbank

Verslag mossenexcursies Schoonoord, De Bunzing, Blikkenburg, Wulperhorst seizoen 2025–2026

Afbeelding 1. Moswaarnemingen (n = 496) in de NDFF vanaf 1-1-2023 tot en met 26-3-2026 Schoonoord, De Bunzing, Blikkenburg, Wulperhorst.

Rode Lijst mossen: Nieuwe natuur Schoonoord hoog: flesjesmos (Blasia pusilla), Nieuwe natuur Schoonoord laag: sterrengoudmos (Campylium stellatum) en groen schorpioenmos (Scorpidium cossonii), Braakliggend perceel Blikkenburg: kalkgreppelmos (Dicranella howei) en kalkeendagsmos (Ephemerum recurvifolium)

Rode Lijst korstmossen: Beukenlaan Blikkenburg en meest zuidelijk bos Wulperhorst: purperknoopjeskorst (Bacidia laurocerasi), Voormalig essenhakhout Wulperhorst: koraalhaarschubje (Agonimia flabelliformis) en donkere bomenmos (Biatoridium monasteriense).

Schoonoord

De centrale sloot op Schoonhoven vormt de scheiding tussen zand en klei. Het bos op het zand heeft de gangbare soortensamenstelling met groot laddermos, fraai haarmos, etc. Het nieuwe elzenbos op de hoek van het WNF en het Lyceum begint de eerste mossen te krijgen, wat voedselrijker van aard. Op de afgeplagde percelen is gewoon haakmos op de hogere percelen dominant en gewoon haarmos, variëteit perigoniale (“heidehaarmos”) op de lagere percelen. Het meest interessant is het laagst gelegen perceel (nog steeds op het zand), waar zich leuke pioniersoorten weten te handhaven: echt vetmos, flesjesmos, grof goudkorrelmos, gewoon broedpeermos, gewoon en hol moerasvorkje. Samen met roodviltmos, veenknikmos en zacht zompmos wijzen de soorten op een ontwikkeling naar vochtige heide.

Ten zuidwesten van de centrale sloot is de (mos)begroeiing totaal anders. Dominant zijn soort van voedselrijke en natte omstandigheden: gewoon puntmos, gewoon dikkopmos en gewoon haakmos. Interessant wordt het op plekken waar wat meer kale kleibodem te zien is, dat is meer richting de Bunsinglaan. Mogelijk is de klei hier wat voedselarmer. Er zijn hier tussen de massaal aanwezige smaragdsteeltjes ook minder algemene pioniersoorten van kleibodem te vinden, zoals gewoon aloëmos, hakig en kleigreppelmos, stomp dubbeltandmos en groot kortsteeltje. Nog leuker zijn twee soorten die al wel echt in nat schraalgrasland thuishoren: goudsterrenmos en het zeer zeldzame groen schorpioenmos. Mogelijk zijn deze soorten meegekomen met uitgelegd zaad of maaisel. Het natte karakter wordt verder geïllustreerd door moerasdikkopmos en twee soorten moerassikkelmos.

Oud beton of asfalt kan het mossenlijstje flink langer maken, zo ook het oude betonpad langs de centrale soort. Daarop staat een mooie soortenrijke mosbegroeiing met o.a. veel knikmossen.

Zware laatste jaren: aangetast door een schimmel, overwoekerd door bramen en andere bomen.

Blikkenburg

De oude ijsbaan stond onder water zodat we geen mossen konden zien. Het bos aan de ZO-kant van de ijsbaan is mosarm en voedselrijk. Wij vonden weinig opmerkelijks: verder dan gezoomd, klei- en dwergvedermos kwamen we niet. Ook de epifyten laten het hier afweten. Elzen en oude wilgen zijn geen favoriete bomen bij de mossen.

Het driehoekje is behoorlijk nat. Er staat een dichte moslaag met veel hartbladig en gewoon puntmos en twee soorten moerassikkelmos. Op de drogere delen maakt gewoon haakmos de dienst uit. Op een kluitje vonden we vals kortsteeltje. Geen “schrale” soorten.

De akkers zijn interessant. Vooral het kleine braakliggende perceel rechts van de ingang aan de Blikkenburgerlaan verraste met enkele zeldzame soorten: kalkeendagsmos, bokaalwintermos en een niet nader te determineren parelmos. Deze stonden op een deel dat het langst niet bewerkt geweest is, samen met tal van andere, meer algemene kleine topkapselmosjes. Deze laatste staan ook op de grote akker, daar vergezeld van twee soorten landvorkje, waarvan een vrij zeldzaam. Dit deel van de akker was na de oogst van vorig jaar nog niet bewerkt. Akkers zijn in het natuurbeheer vaak bedoeld voor hetzij de akkerflora van hogere planten, hetzij voor de vogels. Maar akkers op klei hebben ook een heel specifieke mosflora die zich alleen kan ontwikkelen bij voldoende rust tussen de grondbewerkingen. Veel ruimte vraagt dit niet, strookjes of randen van een paar meter breed zijn voldoende. Ze moeten een aantal jaar ongemoeid blijven en pas als ze volledig zijn dichtgegroeid weer kaal gemaakt, een proces dat bij voorkeur gefaseerd wordt uitgevoerd.

Enkele overleden essenstoven tussen vitaal esdoornhakhout.

Wulperhorst

De akker op de Wulperhorst lijkt voedselrijker en voor mossen minder boeiend dan die op Blikkenburg. Wel vonden we aan de westelijke rand het vrij zeldzame roestknolknikmos.

Ten zuiden van het spoor, nabij de beukenlaan, bevindt zich een soort poeltje bij het spoor waar blijkbaar zand wordt aangesneden. Aan de randen vonden wij enkele vochtige pioniersoorten die je in dit kleigebied niet zou verwachten, zoals echt vetmos, gewoon moerasvorkje en gewoon draadmos.

In hetzelfde perceel, dus ter hoogte van de waterzuivering, staat een gedeelte met oud eikenhakhout, een bijzonderheid in het Kromme Rijngebied. Op de stoven groeit rijkelijk knikkend palmpjesmos.

Het meest zuidelijke perceel, dus richting de Kromme Rijnkant, is voormalig essenhakhout. Hier groeit nog regelmatig spatelmos op de stoven en verder penseeldikkopmos, gewoon zijdemos, en recht palmpjesmos.

Het grote perceel dat parallel aan de A12 ligt is in zijn geheel voormalig essenhakhout. Ondanks de aftakeling van de essen, of misschien wel dankzij, biedt het bos soms een wat sprookjesachtige aanblik. De bodem is haast volledig bedekt met struimos, landelijk toch een vrij zeldzame soort. Ook op de bodem: haarspitsmos, geplooid snavelmos en gekromd en kleivedermos. Van de essen is weinig meer over, het merendeel van de stoven is dood. Zo lang ze overeind staan kunnen mossen zich er op handhaven, al zijn veel stoven maar spaarzaam begroeid. Veel stoven zijn uit elkaar gevallen en al weggerot en dan is het ook gedaan met de epifytische mossen. De overheersende soort op de stoven, al of niet nog levend, is ook struikmos, die zich vanaf de grond omhoog werkt tot zeker een halve meter de stoof op. Verder komen spatelmos en recht palmpjesmos nog hier en daar voor en zeldzamer: penseeldikkopmos, glad dikkopmos, fluweelmos, gewoon zijdemos en groot platmos. Als het hout al goeddeels verrot is staat er soms gewoon sterrenmos op een stoof.

Een aantal soorten van de touwtjesmosgemeenschap komt dus nog voor, maar de gemeenschap als geheel is niet aanwezig. Groot touwtjesmos is overigens nooit waargenomen in de Wulperhorst en ook gewoon pelsmos, spits boogsterrenmos en glad kringmos niet. Op de aftakelende essenstoven vonden we ook een tweetal zeer zeldzame korstmossen: het donkere bomenmos (verder in Nederland tot nu toe alleen bekend van Overlangbroek) en koraalhaarschubje (verder in Nederland tot nu toe alleen bekend van Kolland, Overlangbroek en Sandenburg). Het donkere bomenmos is in heel Europa zeldzaam en een indicator voor waardevol oud bos. Zie ook: https://natuurtijdschriften.nl/pub/602872/BUX2016105001006.pdf

In delen van dit perceel heeft de es plaats gemaakt voor de esdoorn, welke in het verleden blijkbaar meegenomen is in het hakhoutbeheer, getuige de vele jonge telgen bij elkaar. Esdoorn heeft net als de es een neutrale schors. We zagen een aantal maal spatelmos op deze esdoornstoven groeien. Een volwaardige vervanger lijkt de esdoorn niet te worden want de stoven zijn veel lager dan die van de es.

Esdoornstoof. Veel lager dan de essenstoven waren, de telgen komen bijna rechtstreeks uit de grond. Toch groeien er mossen op, vooral klauwtjesmos, maar soms ook spatelmos.

Voor wie dit verslag als pdf wil downloaden:

Kenmerken

Datum 2026 / 04
Publicatie Excursieverslag
Auteur Bert Geerdes
Thema Mossen
Ook in dit thema: Korstmossen