Wie mijn natuurwaarnemingen een beetje volgt / kent, weet dat schildwantsen en aanverwanten mijn bijzondere interesse hebben. In deze bijdrage deel ik recente ervaringen (en zoektips) van enkele verborgen levende en zeldzame wantsen met een specifieke waardplant.
Hengelgraafwants (Adomerus biguttatus)
Hengel (Melampyrum pratense) is een plant uit de bremraapfamilie. Het is een halfparasiet, die water aftapt van andere bomen maar wel met eigen bladeren zonlicht opvangt. In Nederland zie ik de plant vrijwel altijd onder eik staan. De zaadjes lijken op eitjes van mieren en worden daarom ook door mieren getransporteerd.

Adomerus biguttatus is goed herkenbaar aan de witte stippen en witte rand rond het lijf.
De hengelgraafwants staat te boek als zeldzaam. In de provincie Utrecht was er één waarneming: op Vliegbasis Soesterberg (Dick Belgers, 2016). Vorig jaar was ik al naar deze graafwants op zoek, maar zonder succes. Daarom was mijn verrassing groot toen ik begin juni een exemplaar aantrof terwijl ik ergens langs een provinciale weg in Zeist fietste en mijn sleepnet door de hengel haalde.
Een dag later vond ik exemplaren in Soest, op een plek die zeer geschikt bleek, want medio juni trof ik – alleen zoekend door in de topjes van de plant te kijken – maar liefst 52 exemplaren aan! De hengelgraafwantsen bevonden zich in deze periode hoog in de plant, en omdat de plant nog niet verdroogd was, viel de zwarte kleur goed op in het groen. De wantsen zogen met hun zuigsnuit (tylus) aan de zaaddozen, wellicht omdat er nog geen zaden op de grond gevallen waren. Ik trof geen paringen en ook geen nimfjes aan. Een maand later was op dezelfde plek nog steeds bloeiende hengel te vinden, maar trof ik geen exemplaren meer aan. Vlakbij vond ik wel een nimfje, dat met enige onzekerheid hengelgraafwants lijkt te zijn. Deze probeer ik – op het moment van schrijven – uit te kweken.
Ook op andere plekken in de omgeving (Groeneveld – Baarn, de Paltz en Op Hees – Soest, de Stichtse rotonde – Amersfoort) komt de soort voor, maar soms bleek dat pas na meerdere bezoeken. Volgend jaar moet blijken of de dieren begin juni opnieuw in de plant te vinden zijn.
Ossentonggraafwants (Sehirus morio)
Deze graafwants, die erg op de vergeet-me-nietgraafwants (s.luctuosus) lijkt – maar groter is, heeft als belangrijkste waardplant gewone ossentong (Anchusa officinalis en nietoverblijvende ossentong, dat is een ander geslacht). Op basis van het grotere formaat is onderscheid te maken: > 8,5 mm betekent ossentonggraafwants. Zorg dus altijd voor een foto met een maatverdeling!

Ossentonggraafwants, op papier met een schaalverdeling om het onderscheid met de Vergeet-me-niet-graafwants te maken..
Vorig jaar werden in het Soesterkwartier ossentonggraafwantsen ontdekt, dit was de enige populatie van de provincie. Toen ik dit jaar deze populatie weer aantrof op dezelfde plek, kwam ik op het idee te kijken waar nog meer gewone ossentong groeit. Dit is op waarneming.nl eenvoudig te bekijken.
Wat bleek? Op een paar honderd meter afstand van mijn woning is een braakliggend terrein en daar groeit de plant uitbundig! Bij de eerste zoekpoging, begin augustus, vond ik niet alleen volwassenen, maar ook zeven nimfjes, die ik nu probeer uit te kweken. En ook bij Station Driebergen-Zeist vond ik exemplaren. De dieren zijn vrij makkelijk te vinden door de bladeren van waardplant opzij te buigen en onder de op de grond liggende dode bladeren te zoeken. Ook zitten de dieren vaak in de plant zelf, ook ’s nachts.
Mannetjesereprijsschildwants (Stagonomus bipunctatus) – toch niet uitgestorven!
Dit is geen graafwants, maar het gedrag komt op hetzelfde neer. De (zeldzame) dieren leven tussen de wortels en zuigen aan de sappen van mannetjesereprijs (Veronica officinalis). Dit jaar was er echter iets vreemds aan de hand: er werden in heel Nederland (!) tot augustus geen exemplaren gevonden, terwijl dat vorig jaar al vanaf mei het geval was. Na meerdere vergeefse zoekpogingen op bekende plekken van voorgaande jaren, zag ik begin augustus bij een prachtig natuurgebied in Soest ineens de waardplant staan, in grote hoeveelheden tussen jonge struikhei. De plant groeit daar voornamelijk op oude mierenhopen.

Mannetjesereprijsschildwants, Soest, 4 augustus 2025.
Door mijn sleepnet zeer laag over de grond door de plant en de omliggende gewassen te halen, trof ik zeven volwassenen en twee nimfjes aan.
Zandzeggepantserwants (Phimodera humeralis)
Ook dit dier leeft onder de grond, tussen de wortels van zandzegge (Carex arenaria). Alleen bij warm weer zijn ze te vinden aan de oppervlakte – dan eten volwassenen en nimfjes van de zaden. In 1941 was de laatste waarneming voor Nederland (in Soest door Rinke Tolman), tot deze in 2004 herontdekt werden bij de Limitische Heide, Huizen (NH). Ook in de Loonse en Drunense duinen en aan de kust zijn inmiddels populaties gevonden.
De soort is één van de lastigst te vinden Pentatomoidea (schildwantsachtigen) van Nederland, vanwege de verborgen leefwijze en het feit dat de waardplant op zeer veel plekken voorkomt (maar de wants vermoedelijk niet). Begin juli vond ik na flink wat sleepwerk volwassenen en nimfjes op de bekende locatie in Huizen; dat was de eerste waarneming sinds 2017. Ik wil ze graag vinden op de Utrechtse Heuvelrug, daar moet deze ook voorkomen!

Zandzeggepantserwants, volwassene (lb) en nimf (ro). Limitische Heide, Huizen (NH), 1 juli 2025.
Bijvangsten
Veel wantsen zijn warmteminnend en juist deze kruidrijke braakliggende terreinen bieden goede omstandigheden. Op dergelijke terreinen trof ik dan ook nog vaak de pyjama-, blauwe , mijter-, kool-, bessen- en zuidelijke schildwants. En twee erg leuke en zeldzame niet-pentatomoidea:
Rood-zwarte sikkelwants (Prostemma guttula)
Deze kwam ik in het Soesterkwartier (Amersfoort) en bij Station Driebergen-Zeist tegen.

Rood-zwarte sikkelwants, bij Station Driebergen-Zeist, 8 augustus 2025.
Slanksprietrandwants (Ceraleptus gracilicornis)
Bij het braakliggende terrein in Soest – daar waar eerst het politiebureau stond – zag ik ineens deze randwants lopen. Ik had geen idee wat het was, echt lijken op de mij bekende andere randwantsen deed ie niet. De soort wordt pas sinds 2017 in Nederland gevonden, voornamelijk eerst op de Pietersberg. Voor de provincie Utrecht is het pas de vierde waarneming. Het terrein zal binnen korte tijd bouwrijp worden gemaakt, heb ik vernomen.

Slanksprietrandwants.
Ik hoop met deze bijdrage een overzicht gegeven te hebben van wat er op braakliggende terreinen verborgen is, en wat het belang is voor de biodiversiteit van dit soort rommelige plekken. Statistieken zijn op basis van wat op waarneming.nl bekend is. Op www.insectenzoeken.nl/graafwantsen is dit artikel ook te vinden, eventueel voorzien van nieuwe foto’s en ontdekkingen.

Locatie Gemeentehuis Soest, 7 augustus 2025.