Spreeuwen en mussen behoren samen met merels en kool- en pimpelmezen tot de meest voorkomende tuinvogels. Sommige mensen vinden dit soort vogels te algemeen en tonen daarom weinig interesse. Maar juist doordat de kans van waarnemen bij dergelijke soorten groot is, kan het de moeite lonen beter te kijken. Een belangrijk punt daarbij is ze redelijk dichtbij te zien te krijgen. Dat lukt door te voeren op een vast punt nabij een kamerraam van waar uit men meestal kijkt, en dat gaat het best met vogelpindakaas. Koop goedkope vogelpindakaas zonder toevoegingen in plastic potten (deze kunnen niet kapotvallen en zijn de goedkoopste) bij bijvoorbeeld Action en soms Wibra. Vooral spreeuwen zijn er dol op, maar ook mezen, mussen en roodborstjes komen er graag op af.
In een eerder verhaal in De Grote Ratelaar (2023-1, januari-maart, p. 4-6) zijn we al uitvoerig ingegaan op spreeuwen. Dit is een aanvulling met nieuwe foto’s, gemaakt in 2025 vanuit de huiskamer in Leersum (achtertuin = ‘open volière’).

Het gehele jaar komen er spreeuwen op de pindakaas af. Daarom is het van belang genoeg potten in huis te halen, want de meeste firma’s hebben ze alleen gedurende de winter. Het topseizoen is de nazomer-herfst, want dan worden de jonge vogels volwassen, ruien en krijgen hun schitterend gespikkelde verenpak. De spikkels zijn vooral mooi te zien op de borst en zijn hartvormig. Gedurende de winter tot en met het voorjaar zijn de spikkels zichtbaar. Daarna slijten ze weg, waardoor de vogels een donkerder kleur krijgen.
Schijnbaar bontgekleurde spreeuwen
Overjarige vogels zijn donkerder van kleur dan hun collega’s van de nieuwe lichting.
Gedurende de hier genoemde nazomer-rui verliezen de jonge spreeuwen hun grijze jeugdveren. Dat proces lijkt van achteren naar voren op het lichaam van de vogel te verlopen met de kop als laatste lichaamsdeel dat gespikkeld wordt. Men ziet dan soms enkele reeds donkergekleurde wit-gespikkelde vogels, waarvan de kop door nog aanwezige jeugdveertjes grijs is en waardoor een schijnbaar bontgekleurd dier ontstaat.

Variatie in donker- en lichter gekleurde spreeuwen
Bekijkt men de nieuwe lichting spreeuwen, dan blijkt dat er variatie in donkere/lichte kleur van het totale verenpak aanwezig is. Sommige vogeltjes zijn duidelijk bleker. De vraag is of dat te maken heeft met jongen die eerder of later dat jaar geboren zijn. Immers er is bij deze jonge vogels wel een leeftijdverschil. Maar bekijkt men de blekere vogels goed, dan lijken de spikkels soms groter te zijn en de donkere kleur meer licht bruin te bevatten dan bij de donkerder gekleurde spreeuwen.




Spreeuwen geven reuring en trekken andere vogelsoorten aan
Komen spreeuwen op de pindakaas af, dan gaat dat telkens gepaard met veel reuring. Ze komen zelden alleen en claimen luidkeels hun ingenomen bevoorrechte positie. Dikwijls gaat dat tevens gepaard met aanvallen naar de nieuw komende vogels, waarbij ze als kemphanen met de poten naar elkaar gericht tegen elkaar opvliegen.
Zat er al een kleiner vogeltje (mus, mees of roodborst) te eten, dan wordt die ruw verjaagd.

Het gekrakeel en tegen elkaar opvliegen wordt snel opgemerkt. Dit is door andere spreeuwen en vogels van andere soorten, die daardoor op de aanwezigheid van voer opmerkzaam gemaakt worden. Het wordt tevens gewaardeerd door roofvogels. Soms kwam er zelfs herhaald op dezelfde dag een sperwer langs.
Uiteraard werkt dit laatste niet altijd positief ten gunste van grotere aantallen vogels in de tuin. Het lijkt er op, dat met name huismussen hierdoor meer weg bleven.
De appelvink echter kwam wel, maar die richt zich op ander voer: zonnebloemzaden.