1. Inleiding
In 2025 heb ik Natuurplaats Binnenbos voor de vijfde maal geïnventariseerd op broedvogels. Natuurplaats Binnenbos ligt in de gemeente Utrechtse Heuvelrug tussen de Langbroekerdijk, de Zuwe, de Krommerijn en de Broekweg en is ongeveer 80 ha groot. Het bevat het grootste deel van het kasteelbos van Sterkenburg, een populierenbos, weilanden en hooilanden en stukken moerasbos. Het is eigendom van de Forest Peace Foundation en wordt op een natuurlijke manier beheerd. De graslanden rond het populierenbos en het bos zelf worden begraasd door Galloways. Het hooiland rond de moerasbosjes wordt in juni gemaaid. In een van de weilanden wordt een voedselbos aangelegd. In het voorjaar van 2021 is begonnen met het inplanten van zaailingen.
Deze inventarisatie is bedoeld om de huidige vogelbevolking in het gebied en de nieuwe vogelbevolking in het voedselbos te monitoren.
Het gebied is toegankelijk via een wandelroute vanaf de Langbroekerdijk door het kasteelbos en het populierenbos. De route komt uit op de Zuwe.
Ik heb me vooral gericht op de bosgebieden, omdat daar de meeste vogels broeden. Zodra het voedselbos wat groter is geworden ga ik dat ook inventariseren. Afgelopen jaar broedden er al enkele vogels in het voedselbos, maar die konden nog geïnventariseerd worden vanuit de randen van het gebied.
Ik heb het gebied verdeeld in drie subgebieden:
1) Kasteelbos (KB),
2) populierenbos + weilanden (PB),
3) hooilanden + moerasbosjes (HL).
Ik heb het gebied zes keer bezocht: op 22 maart, 5 en 19 april, 3 en 24 mei en 13 juni, ’s ochtends vanaf 6.30 uur. Als een vogel zingt is dat een indicatie van een broedgeval. Alle zingende individuen heb ik op kaarten ingetekend.
De start was vanaf de Zuwe op de grens met het kasteelbos. Door het kasteelbos liep ik een rondje. Door het populierenbos liep ik langs het pad richting het zuidwesten en terug door de graslanden en door de noordrand van het populierenbos weer richting kasteelbos. Daarna door het hooiland evenwijdig aan het populierenbos naar het zuidwesten en terug langs de sloot evenwijdig aan de twee langgerekte stukken moerasbos.
De eerste keer inventariseerde ik de gebieden 1, 2 en 3; de tweede keer 2, 3 en 1; de derde keer 3, 1 en 2; en daarna overnieuw.
Als een vogel op een bepaalde plaats zong en zich daarna verplaatste heb ik dat aangegeven via een stippellijntje. Het is dus duidelijk welke waarnemingen op dezelfde datum van verschillende individuen zijn.
Het voorjaar van 2025 was veel droger dan dat van 2024. Ik heb alleen de eerste keer laarzen en een regenbroek gedragen tegen de modder. Op het dammetje aan het eind van het hooiland stond alleen de eerste keer 5 tot 10 cm water, de verdere keren stond er geen water op.
Territoria zijn bepaald door voor elke soort een kaart te maken met waarnemingen van zingende vogels van die soort. Een waarneming van een tjiftjaf op de eerste datum wordt een 1 op de kaart voor de tjiftjaf, op de tweede datum een 2 enzovoort.
Daarna zijn voor elke soortkaart de waarnemingen in groepjes verdeeld. Elk groepje bevat een aantal waarnemingen die op ongeveer dezelfde plaats zijn gedaan. Per groepje mag elke datum maar eenmaal voorkomen.
Voor het vaststellen van territoria heb ik de richtlijnen van het SOVON voor het broedvogelmonitoringproject (BMP) gebruikt. Zie www.sovon.nl. Voor de meeste soorten volstaat bij zes bezoeken een enkele waarneming van een zingende vogel binnen de datumgrenzen van die soort voor het constateren van een broedgeval.
De volgende hoofdstukken bevatten de aantallen broedparen per soort in 2021 t/m 2025. De soorten zijn gesorteerd op het aantal in 2025.

2. Talrijke soorten
Tabel 1. Talrijke soorten
| Soortnaam | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | toe/af |
| Tjiftjaf | 40 | 40 | 56 | 58 | 51 | <> |
| Vink | 23 | 14 | 37 | 28 | 33 | <> |
| Zwartkop | 30 | 31 | 30 | 34 | 21 | < |
| Winterkoning | 16 | 17 | 22 | 16 | 19 | <> |
| Merel | 9 | 8 | 10 | 11 | 13 | > |
| Grasmus | 10 | 12 | 6 | 11 | 12 | <> |
| Koolmees | 16 | 13 | 12 | 11 | 12 | < |
| Tuinfluiter | 11 | 10 | 10 | 8 | 11 | <> |
| Roodborst | 6 | 7 | 16 | 15 | 10 | <> |
Van negen soorten zijn tien paren of meer vastgesteld. De talrijkste soort was in 2025 weer de tjiftjaf. Het aantal paren nam in 2025 iets af. Het aantal zwartkoppen nam af. Merels lijken iets toe te nemen en het aantal koolmezen lijkt te stabiliseren. De andere talrijke soorten bleven ongeveer constant.

Buizerd in het Binnenbos.
3. Vrij talrijke soorten
Tabel 2. Vrij talrijke soorten
| Soortnaam | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | toe/af |
| Grote Bonte Specht | 6 | 8 | 6 | 9 | 9 | > |
| Boompieper | 5 | 2 | 9 | 8 | 8 | > |
| Pimpelmees | 10 | 11 | 10 | 5 | 8 | <> |
| Appelvink | 1 | 2 | 3 | 2 | 7 | > |
| Putter | 2 | 5 | 8 | 1 | 6 | <> |
| Spreeuw | 4 | 3 | 5 | 2 | 6 | <> |
| Boomkruiper | 8 | 6 | 7 | 5 | 5 | < |
| Fitis | 14 | 7 | 12 | 6 | 5 | < |
| Zanglijster | 11 | 5 | 9 | 11 | 5 | <> |
| Boomklever | 3 | 4 | 5 | 3 | 4 | <> |
| Bosrietzanger | 3 | 4 | 5 | 6 | 4 | <> |
| Spotvogel | 2 | 5 | 1 | 3 | 4 | <> |
| Heggenmus | 2 | 4 | 2 | 4 | 3 | < |
| Roodborsttapuit | 1 | 1 | 3 | 2 | 3 | <> |
| Kleine Karekiet | 3 | 3 | 1 | 2 | 2 | < |
| Holenduif | 2 | 1 | 0 | 2 | 2 | > |
| Houtduif | 0 | 1 | 1 | 1 | 2 | > |
| Koekoek | 2 | 2 | 3 | 2 | 2 | <> |
| Nachtegaal | 0 | 1 | 3 | 3 | 2 | <> |
| Sprinkhaanzanger | 2 | 0 | 2 | 2 | 2 | <> |
De meest opvallende vrij talrijke soort is de nachtegaal. In 2021 werd die nog niet gehoord maar in 2022 t/m 2024 werden telkens drie paren vastgesteld. In 2025 werden twee paren gehoord.
Havik en buizerd waren in alle jaren aanwezig. De havik zat in 2025 weer in het populierenbos. De buizerd had alle jaren een nest in het populierenbos in het hooiland.
Grote bonte specht, boompieper en appelvink leken iets in aantal toe te nemen. Fitis en boomkruiper namen in aantal af.
Het aantal spreeuwen is een zeer onnauwkeurige schatting. Spreeuwen nestelen vlak bij elkaar in boomholtes en de hier gebruikte methode is eerder een schatting van het aantal clusters met spreeuwennesten.
4. Schaarse soorten
Tabel 3. Schaarse soorten
| Soortnaam | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | toe/af |
| Buizerd | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | <> |
| Gekraagde Roodstaart | 0 | 1 | 0 | 0 | 1 | <> |
| Grauwe Vliegenvanger | 2 | 3 | 4 | 4 | 1 | <> |
| Groene Specht | 0 | 0 | 0 | 1 | 1 | > |
| Groenling | 0 | 0 | 1 | 1 | 1 | > |
| Havik | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | <> |
| Kneu | 2 | 2 | 4 | 5 | 1 | < |
| Rietgors | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | <> |
Grauwe vliegenvanger en kneu namen in aantal af.
De gekraagde roodstaart werd in 2025 weer wel waargenomen.
Niet meer waargenomen in 2025 zijn braamsluiper, fazant en huismus.
In 2021 t/m 2023 en 2025 heb ik de waarneming van ganzen niet apart genoteerd.

5. Conclusies
In totaal zijn in 2025 37 soorten broedvogels vastgesteld. Het landgoed is rijk aan soorten en aantallen per soort. Echt zeldzame soorten zijn er niet bij.
De waargenomen soorten zijn grotendeels algemene soorten van loofbossen, maar ook algemene soorten van struikgewas (fitis), van open gebieden met houtwallen en bosranden (boompieper, roodborsttapuit, grasmus, kneu, sprinkhaanzanger en spotvogel) en riet- en moerasvogels (kleine karekiet, bosrietzanger en rietgors).
De vogelpopulatie van natuurplaats Binnenbos is vergelijkbaar met die van andere landgoederen in het Langbroekergebied.
Het zal interessant zijn om te zien welke soorten gaan broeden in het voedselbos en of de soortensamenstelling zal gaan veranderen.
Foto’s: Nicolien Drost.