Terug naar Kennisbank

Op de bres voor de jeneverbes

In de laatste ijstijd, ± 13.000 jaar geleden, heerste in Nederland een toendraklimaat. Alleen grassen, zeggen, kruiden en dwergbomen, bijvoorbeeld van de berk, konden overleven in dit klimaat. Na afloop van de ijstijd, ± 11.000 jaar geleden begon de herkolonisatie van West-Europa door planten en bomen vanuit zuidelijker streken. Wilg, berk, grove den en eik, maar ook de jeneverbes behoorden tot de eerste soorten. Later kwamen iep, linde en es.

Jeneverbessen. (Foto Jan Jonker.)

De jeneverbes kon als pionierssoort goed gedijen op de zandgronden in Nederland, maar na eeuwen kreeg de jeneverbes, als lichtminnende soort, het moeilijk door steeds meer concurrentie van andere planten en bomen.

Het ging weer beter met de jeneverbes door het intensieve gebruik van bos en hei (houtkap en beweiding) tijdens de Middeleeuwen. De jeneverbes kreeg de kans om terug te komen met name in het oosten van het land.

Na de ontdekking van kunstmest (eind 19e eeuw) en nog meer na de 2e Wereld Oorlog kwam het gebruik van kunstmest in zwang voor bemesting van het land. Beweiding van de heide door schapen en gebruik van de potstalmest werd overbodig. Het aantal jeneverbessen ging weer achteruit.

Momenteel kan de jeneverbes zich alleen nog handhaven op locaties waar gericht beheer plaatsvindt. Verjonging treedt maar beperkt op.

De jeneverbes is een groenblijvende conifeer, behorend tot de cipressenfamilie (Cupressaceae). De naalden zijn priemvormig, scherpgepunt, blauwgroen van kleur, van boven dof en gootvormig, van onder glanzend en gekield. Ze hebben een enkele rij stomata (huidmondjes) aan de bovenkant. Ze staan in elkaar afwisselende kransen van drie aan zeskantige takken en blijven twee jaar zitten. Jeneverbessen komen in drie vormen voor: zuilvormig, fasigate (= meertoppig) en prostatevorm (= liggend). De omvang is 3 tot 12 meter breed en maximaal 10 meter hoog.

De jeneverbes is tweehuizig. Vrouwelijke kegels zijn ± 6 mm lang, geelgroen van kleur. Mannelijke katjes zijn 4 – 5 mm lang met schilvormige meeldraden. Het onderscheid is lastig. Bevruchting vindt plaats via de wind: roken van de mannelijke struiken. Na een jaar groeit er een schijnbes met maximaal 3 zaden, deze bes is groen van kleur. Na 3 jaar is de vrucht rijp. Doordat de drie schubben van de vrouwelijke kegels vlezig worden, met elkaar vergroeien en de rijpende zaden omsluiten, ontstaat een schijnvrucht: de blauw berijpte ‘kegelbes’. Verspreiding van de bessen vindt waarschijnlijk plaats via vogels, zoals lijsterachtigen (merel, kramsvogel, grote lijster), ekster en matkop. Mogelijk hebben mensen en vee (schapen en koeien) vooral in het verleden ook meegeholpen aan de verspreiding. En de bes kan ook in de buurt van de moederplant kiemen.

Jeneverbes. (Foto Simone Laanbroek.)

De huidige jeneverbessen in Nederland zijn vermoedelijk gevestigd na heideontginningen uit het begin van de twintigste eeuw. Het aantal jeneverbessen is echter rond 1950 achteruitgegaan door de intensivering van de landbouw en aanplant van naaldbomen waardoor veel heide-en stuifzandgebieden verloren zijn gegaan. De versnippering van de locaties beperkt de kansen op bevruchting, ook inteelt kan een probleem worden.

Er zijn meer factoren die de jeneverbes bedreigen. Het is een lichtminnende soort. Door de natuurlijke successie in het veld komt er steeds meer concurrentie van planten en bomen. Bodemverzuring en vermesting hebben ook een negatieve invloed, o.a. door bevordering van de concurrentie.

De jeneverbes wordt beschouwd als een pioniersoort, omdat hij zich kan vestigen op droge, voedselarme, minerale bodems. Maar de voortplanting gaat zeer moeizaam. Ze zijn waarschijnlijk pas na 6 tot 8 jaar vruchtbaar, de kiemkracht van de zaden vermindert als ze ouder dan 50 jaar zijn. Het duurt 3 jaar voor de zaden rijp zijn en voor ontkieming hebben ze een optimaal micromilieu nodig (juiste pH-waarde, goede voedingsstoffenbalans, mycorrhiza, vochthuishouding, etc.). Kortom de jeneverbes populatie veroudert, al is het wel een zeer taaie en veerkrachtige boom.

Doordat jeneverbessen waarschijnlijk minder goed tegen warmte kunnen, is de klimaatverandering evenmin gunstig voor ze. Verder kunnen brand, vraatschade door muizen, konijnen en reeën en ook schade door schimmels en insecten jeneverbessen bedreigen.

De jeneverbes heeft een belangrijke cultuurhistorische waarde in Nederland. Zo kent men in de volksmond vele namen voor de jeneverbes zoals schildwacht, orakelbes, wachelbeer en krammetboom. De boom heeft een mythische, medicinale en culinaire betekenis in de Nederlandse cultuur. Zo geloofde men vroeger dat de jeneverbes de zielen van voorouders waarborgde en boze geesten op afstand hield. Er werd daarom vaak een jeneverbestakje onder de eerste bouwsteen van een huis gelegd zodat de voorouders het huis konden beschermen. Ook werd gedacht dat de etherische olie van de jeneverbes medicinale werkingen heeft en wordt de jeneverbes gebruikt bij het aromatiseren van jenever en voor in de stamppot. De jeneverbes kent dus zowel een lange ecologische historie als cultuurhistorie in Nederland, wat dit een bijzondere soort maakt in het Nederlandse landschap.

Ondanks deze lange historie en het cultureel belang van deze boom, is de wettelijke bescherming door de flora en faunawet in 2017 opgeheven. De jeneverbes is evenmin opgenomen in het soortbeschermingsplan van provincie Utrecht. Op Europees niveau zijn de jeneverbessen zelf niet beschermd, maar de habitat van de boom wordt wel beschermd door de Habitatrichtlijn onder Habitat H5130 Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland. De jeneverbes staat op de nationale rode lijst met de status “gevoelig”.

De achteruitgang van de jeneverbessen en de kans dat ze zouden uitsterven (Rapport van onderzoeksbureau Alterra in 2004) in noord en oost Nederland was 20 jaar geleden in Drenthe aanleiding om het Jeneverbesgilde op te richten. Het Jeneverbesgilde bestaat uit 15 afdelingen die elk een gebied beheren. En met succes, op veel plaatsen staan de jeneverbessen er prima bij en treedt er ook verjonging op.

Locaties jeneverbes. (Kaartje Jan Jonker.)

Ook in de Provincie Utrecht staan enkele honderden jeneverbessen. Ongeveer 30% op terreinen van Stichting Utrechts Landschap, circa 30% bij de Gemeente Soest en de rest staat op particuliere terreinen. Omdat het ook in onze provincie slecht gaat met de jeneverbessen, willen zowel het Utrechts Landschap als de gemeente Soest proberen de jeneverbes te behouden voor de toekomst.

De KNNV Natuurwerkgroep is actief bezig met het beheer van de jeneverbessen in het gebied De Zoom van de Gemeente Soest. We zijn daar in 2018 mee gestart nadat Jan Jonker en Jan Lansbergen ruim 80 exemplaren in het gebied hadden ontdekt. Op ons verzoek heeft de gemeente bij de dunningsronde in de winter 2023/2024 grote bomen rondom de jeneverbessen laten omzagen, waarna wij opnieuw het opschot aan het verwijderen zijn.

In 2021 zijn Hans Kamerbeek, Jan Jonker en ik al eens bij het Drents Jeneverbesgilde op bezoek geweest, om te horen wat we als natuurwerkgroep kunnen doen aan het beheer. Het resultaat wat ze in Drenthe hebben bereikt, werkt stimulerend.

Jeneverbes. (Foto Hans Kamerbeek.)

Ook bij het Utrechts Landschap krijgt men meer belangstelling voor de jeneverbes en willen ze zich inzetten voor het behoud ervan. In de 1e helft van het jaar hebben ze door Lena Smits, stagiair van de Universiteit Wageningen, een inventarisatieonderzoek laten uitvoeren, als start voor een herstelstrategie. Ook zijn er contacten gelegd met het Drents Jeneverbesgilde. Op 8 augustus is een delegatie van het Gilde in Utrecht op bezoek geweest. We zijn langs een paar locaties van jeneverbessen op terreinen van het Utrechts Landschap gaan kijken. Daarnaast is veel kennis en ervaring uitgewisseld. Op 11 oktober zijn Hans Kamerbeek, Peter Visee (namens het UL) en ik naar de jaarlijkse gildedag in Drenthe gegaan. We hebben kennis gemaakt met meerdere leden van het jeneverbesgilde, gesproken over de jeneverbessen in Utrecht en wat wij kunnen doen. Na een heerlijke lunch hebben we ook nog meegeholpen een paar jeneverbessen verder vrij te zetten.

Het plan is om te proberen een Utrechts gilde op te richten. Vanuit Drenthe krijgen we morele en praktische ondersteuning. Het Utrechts Landschap wil verder onderzoek laten doen hoe verjonging van de jeneverbes gestimuleerd kan worden. Daarnaast hebben ze een emmer jeneverbessen geoogst en naar Limburg gebracht om ze daar te laten opkweken en later op hun terreinen uit te zetten. Kortom ook in Utrecht staan we “Op de bres voor de Jeneverbes”.

Wil je meedoen en actief worden in het toekomstige gilde dan kun je dat bij mij aangeven (natuurwerkgroep@ziggo.nl).

Kenmerken

Datum 2025 / 12
Publicatie Afdelingsblad
Thema Planten
Ook in dit thema: Landschap