Tekst: Erik Gruys
Waar gaat dit over?
Gynandromorfisme is het verschijnsel in de biologie, waarbij individuele dieren van soorten die normaal tussen mannetjes en vrouwtjes grote verschillen in hun uiterlijk laten zien, nu afwisselend in hun lichaams-vorm (morfisme) vrouwelijke (gyn) en mannelijke (andro) kenmerken bezitten.
Bilateraal gynandromorfisme wordt het vaakste herkend. Hierbij toont een helft van het lichaam mannelijke kenmerken en de andere helft vrouwelijke. Een dier waarop dit verschijnsel betrekking heeft wordt gynandromorf genoemd.
In dit artikel gaat het om een korte verkenning van dit bijzondere verschijnsel.
X- en Y-chromosomen
Op school leerden we tijdens de biologielessen over verschillen tussen mannen en vrouwen bij zoogdieren. Vrouwelijke zoogdieren worden gekenmerkt door twee X-chromosomen per celkern, de mannelijke door een X-chromosoom en een Y-chromosoom. Men noemt deze daarom wel de geslachtschromosomen, hoewel ze niet volledig bepalend zijn voor de geslachtsontwikkeling.
Bijvoorbeeld bij geiten komt erfelijke ongehorendheid voor. Het ongehorendheids-gen is dominant. Men kan daarom gemakkelijk heterozygote (gen verkregen van slechts een ouder) ongehorende nakomelingen kweken. Heeft men echter homozygote (gen verkregen van beide ouders) ongehorende jonge geitjes, dan komen daarbij dieren voor met genitale afwijkingen omdat het gen voor ongehorendheid, indien homozygoot aanwezig, invloed heeft op de geslachtelijke ontwikkeling.
Bij het menselijke syndroom van Turner, dat o.a. gekenmerkt wordt door een korte lichaamslengte en dat alleen bij meisjes voorkomt, ontbreekt één X-chromosoom.
Bij het Klinefelter syndroom, dat alleen bij jongens (XY) kan optreden, is er doorgaans een te groot aantal X-chromosomen (zoals XXY). De jongens hebben variabele feminisatie-verschijnselen, kleine testikels en zijn steriel.
In de wetenschap wordt aangenomen dat bij de meeste zoogdieren 99% zich volledig normaal ontwikkelt. Dat betekent dat 1% geslachtelijke variatie kan vertonen. Misschien is dat een reden waarom men bij mensen soms wel spreekt van gender-neutraal, gender-fluïde of non-binair.
Vogels, vissen, insecten
Veel andere diersoorten hebben dikwijls een ander systeem van geslachtsbepalende genen verdeeld over de chromosomen. Met name vogels, sommige insectensoorten en vissen kennen juist twee identieke chromosomen (ZZ genoemd) bij de mannetjes en een tweede ander chromosoom (W) bij de vrouwtjes (ZW).
Een tweede groep insecten heeft vrouwtjes met twee X-chromosomen. Exemplaren met één X-chromosoom worden daar de mannetjes. Bij veel bijen- en wespensoorten zijn de mannetjes afkomstig uit onbevruchte eieren en zijn haploïd. De vrouwtjes ontstaan uit bevruchte eieren en zijn diploïd.
Bijen- (bijvoorbeeld honingbijen) en wespensoorten, die familie-kolonies vormen, kennen daarenboven systemen met onvolledig ontwikkeld-gehouden vrouwtjes, de werksters.
Vogels zijn overigens in dit verband rare dieren. Neemt men bijvoorbeeld kippen, dan is het mogelijk dat enkele vrouwelijke dieren mannelijk lijken te gaan worden. Ze kunnen zelfs gaan kraaien. Bij vrouwelijke vogels wordt alleen de linker gonade** tot ontwikkeling gebracht (met linker eileider etc.), de rechter is rudimentair. Maar als een volwassen kip – om wat voor reden dan ook – dat ovarium verliest, dan kan de rudimentaire rechter gonade uitgroeien, en dat wordt dan een testikel met vorming van androgene (mannelijke) hormonen. Blijkbaar spelen die hormonen voor het kraaien van deze kippen een sturende rol.
Sturing in ontwikkeling
Gaat het bij de geslachtsbepaling om een systeem als bij de zoogdieren, met XX of XY-chromosomen, dan vindt vroegembryonaal een ontwikkeling van de gonaden plaats, waarop de nadere ontwikkeling van vrouwtje of mannetje in belangrijke mate vanuit deze gonaden hormonaal gestuurd zou worden.
Bij de andere systemen lijkt het, dat er meer ruimte is voor geslachtelijke variatie vanuit de diverse cellen zelf in het lichaam. Juist bij deze dieren met andere systemen van geslachtsbepaling dan vooral via de X-Y-chromosomen, komen varianten voor, waarbij het gevormde lichaam deels mannelijke en deels vrouwelijk kenmerken vertoont. Het betreft dan een mozaïek van mannelijke en vrouwelijke cellen. Dit kan verspreid of meer gegroepeerd in het lichaam voorkomen. Soms gaat het zo ver, dat men dieren heeft met eenzijdig waarneembare mannelijke kenmerken, terwijl de andere zijde er vrouwelijk uitziet. En in al die gevallen, die overigens tamelijk zelden voorkomen, spreekt men van gynandromorfisme.
Voorbeelden
Bekende voorbeelden van gynandromorfisme zijn te zien bij vogels, zoals bij de Amerikaanse rode kardinaal, de zebravink, kippen en het baardmannetje.
Het is ook bekend van insecten als het icarusblauwtje, diverse andere vlindersoorten en o.a. de vuurlibel. Het vrouwtje vuurlibel is normaal geel/bruin van kleur, maar soms ook rood als mannetjes (wel eens waargenomen door Jan Katsman).
Daarnaast is het verschijnsel ook bekend bij grote keversoorten zoals het vliegend hert, kreeften en Nederlandse wespjes. Bij de wespjes ging het niet alleen om toevallige waarnemingen, maar ook om uitgebreide experimentele onderzoeken. Moeders of de eieren blootstellen aan hogere temperaturen verhoogde het aantal gynandromorfe nakomelingen, terwijl ook genetische factoren een rol zouden kunnen spelen bij verhoging van de kans op geslachtelijke mozaïeken.
Vooralsnog is gynandromorfisme bij zoogdieren niet beschreven.
Als je op internet “gynandromorfisme” als zoekterm invoert en vraagt om afbeeldingen, dan krijg je een scala aan voorbeelden. Enkele daarvan zijn hier onder opgenomen. Het is zeer de moeite waard er eens op internet naar te kijken.
De betreffende afwijkingen komen zelden voor, maar heb je zelf een waarneming van gynandromorfisme, dan heb je iets wat je wereldkundig moet maken.
* Haploid = één set chromosomen in de celkern. Bij de bevruchting versmelten de kernen van twee geslachtscellen en ontstaat een diploide cel (de bevruchte eicel of zygote met twee sets chromosomen). Polyploid = meer dan twee complete sets chromosomen.
** Gonade = geslachtsklier, bij dieren de organen die geslachtscellen vormen (testes of zaadballen bij mannen; ovaria of eierstokken bij vrouwen).

Dit icarusblauwtje is bilateraal gynandromorf. Linkerzijde heeft vrouwelijk kenmerk (kleur bruin), rechterzijde mannelijk (kleur blauw). Cheshire (U.K.), augustus 2025.