Gedurende dit jaar zijn er in verband met de coronapandemie behalve een serie e-mail-attenderingen aanvankelijk alleen nog buitenactiviteiten gehouden, en wel een zestal excursies. Het betrof resp. wandelingen te Oostbroek, vliegbasis Soesterberg, Heidestein, nabij Beverweerd, Palmerswaard en het Leersumse veld. Aan het einde van het seizoen werd een afsluitende vergadering belegd in het Torenlaantheater te Zeist, waarbij aan de hand van twee fotoseries van Andrew Nolten werd ingegaan op juffers en zweefvliegen. Van elke excursie is een fotoverslag gemaakt, dat in PDF-formaat aan de leden is toegezonden. Het viel op dat er tijdens deze excrusies telkens zeer veel bijzondere waarnemingen werden gedaan, waarvan er een aantal in artikel-vorm voor de Grote Ratelaar zijn samengevat. Het betekent ook, dat er ondanks de in de landelijke pers genoemde numerieke afnames van insecten op de bezochte locaties toch nog zeer veel soorten gespot kunnen worden.
Bij de 26 getelde attenderingen ging het om poppenwiegen, boktorren en andere kleine dieren die onder de schors van dode dennen aangetroffen kunnen worden, en om internetcursussen, zandbijen, en diverse soorten wespen, vlinders en vliegen.
Over verzamelingen insecten, waaronder atalanta’s (trekvlinder), op berken met schorswonden die door hoornaars werden open-gehouden, en op bloeiende sier-hedera-struikjes in de tuin omgeven door een luid-zoemende schare honingbijen, vlinders, diverse wespensoorten en vliegensoorten werd een verslag rond gestuurd. Aan het einde van dit verslag werd kort op de overwinterings-strategieën van vlinders ingegaan: wegtrekken, of overwinteren als ei, als rups of als pop. De atalanta, de distelvlinder en de gele en oranje lucernevlinders zijn trekvlinders. Dikkopjes overwinteren als ei, het koolwitje als pop. De grote beer en de veelvraat overwinteren als ruig-behaarde rupsen. In voor- en najaar kan men deze laatstgenoemde dieren kruipend over een bospad tegenkomen. Ze zouden dan op weg kunnen zijn naar een plaats om zich te verpoppen en/of zich voor de koude te verschuilen. Deze vlinders danken hun naam aan gelijkenis met de zoogdieren waarnaar hun rupsen vernoemd zijn (Afbeelding), hoewel voor de veelvraat ook de eetzucht van de rups gesuggereerd wordt.

Voor 2022 is een principe-programma gemaakt met als locaties: Kwintelooijen, Oostbroek, rivierstrandjes Rijn-Lek, Nieuw Wulven, de Zoom Soesterberg, en Zanderij Maarn mits met toestemming. Afgesproken is om, als eventuele coronaregels het toelaten, het insectenseizoen in te luiden met een vergadering in het Torenlaantheater, waarbij een of meer lezingen worden gepresenteerd. Jan Katsman heeft toegezegd te gaan vertellen over de heidelibellen van de Utrechtse Heuvelrug.


