Terug naar Kennisbank

De spreeuw

Tekst en foto’s: Erik Gruys en Anton Ultee

De spreeuw, een algemene vogel en een geziene gast.

Hoewel onze spreeuw (Sturnus vulgaris) zich als volger van de West-Europese mens over een groot deel van de aardbol heeft verspreid en daarbij geweldig in aantal is toegenomen, zien we nu in Europa een teruggang. Mogelijk hangt dat samen met achteruitgang van het aantal insecten, immers deze dieren vormen een belangrijk deel van hun menu, zeker in de broedtijd.

Omdat de spreeuw van ouds een algemeen voorkomende vogel was en veel op voedertafels kwam fourageren, krijgt deze vogelsoort soms niet de aandacht die hem toekomt. Bekijkt men een dergelijk vogeltje nauwkeurig, dan blijkt het een bijzonder de moeite waard diertje door een grote mate van kleurrijkheid, met een variabiliteit in uiterlijk tussen de seizoenen èn in een repertoir aan zanggeluiden, die van de herfst tot in het voorjaar ten gehore worden gebracht.

Het vroege voorjaar

Al vroeg in het voorjaar kan men spreeuwen horen zingen. Dat zou best een vervolg van de zang in het najaar kunnen zijn, want dan doen ze het ook al op grote schaal en duidelijk hoorbaar.

In het voorjaar kunnen de baltsende vogels zo enthousiast worden, dat ze hoog opspringen van de plaats waar ze zitten te zingen. Dat doen ze waarschijnlijk alleen om de aandacht van een vrouwtje te kunnen trekken. In het najaar is dat patroon van dik doen door op te springen door de auteurs niet waargenomen. Bovendien is niet met zekerheid te zeggen of in het najaar vogels van beide geslachten aan het concert deelnemen. Bij Wikipedia kan men vinden dat ook vrouwtjes soms gezang produceren, al is de voor zang benodigde syrinx bij de vrouwtjes kleiner (35%) dan bij de mannetjes.

Nadat men vanaf april bovengenoemde balts-activiteiten her en der heeft kunnen aanschouwen treedt paarvorming op en kan men al snel het zoeken van een geschikte nestlocatie opmerken. Dat kan onder ouderwetse dakpannen en in speciale nesteldakpannen zijn, in grotere nestkasten, of in boomholten. In een door het vrouwtje geschikt bevonden nestplaats wordt een slordig nest gemaakt vooral van grashalmen en stro, waarbij de grootte van de betreffende ruimte een rol speelt. Is die kleiner dan wordt minder naar binnen gesleept.

Ook de jonge vogels die uit de helblauwe eieren komen zijn kliederaars. Ze poepen waar ze kunnen en dat is naast hun voortdurende vocalisatie met een typisch “ruisend” geluid, een item waaraan men een spreeuwen-nestplaats kan herkennen.

Mei-juni

Als de bomen in het groen komen kan men naar nesten zoeken. Zoals boven gemeld zijn deze gemakkelijk te vinden door het “ruisende” jonge-spreeuwen geluid en door de uitwerpselen die zich rondom de nestingang bevinden. Ook in het nest is het een stinkende omgeving en de grotere jongen proberen zich daarvan de verwijderen. Men ziet deze dan ook dikwijls met hun kop naar buiten komen.

De vroege zomer (juni-juli)

Wat later in de tijd – en dat kan variëren, omdat een enkele maal soms twee broedsels kunnen worden grootgebracht – ziet men groepjes uitgevlogen jongen. Deze jonge vogels volgen hun ouders in een poging door hen gevoerd te worden.

Het duurt zeker twee weken voordat ze zelf voer oppikken dat voor hen klaar gelegd is. Daarvan blijven ze meer dan een maand gebruik maken. Dan trekken ze weg en gaan met soortgenoten kersenboomgaarden af en bezoeken weilanden om daar naar insecten te zoeken. De eerste grotere vluchten spreeuwen, spreeuwenwolken, kan men dan waarnemen.

Zomer en nazomer

Volgt men de jonge spreeuwen dan doet zich een metamorfose voor. Komt er een op de voederplaats, dan waant men een bijzondere species te aanschouwen. Het vogeltje is in de rui, en heeft al diverse gespikkelde volwassen veren, maar hals en kop hebben vaak nog het jeugdkleed. Het is zeker geen verdwaalde roze spreeuw, een soort die men in het Balkangebied kan aanschouwen.

Jonge spreeuw in de rui.

De herfst

Gedurende september ruien de jonge vogels uit en zijn tenslotte nauwelijks van hun ouders te onderscheiden. Het zijn schitterende geheel gespikkelde donkerkleurige vogels geworden, waarvan de zwarte veren vooral van hals en borst een in de zon groen-iriserende glans hebben.

Spreeuwenvluchten en vliegfiguren

Boven noemden we reeds het elkaar opzoeken van de jonge vogels. Samen met volwassen spreeuwen worden steeds grotere eenheden gevormd, die vaak aan het einde van de middag op zoek gaan naar slaapplaatsen en dan rondvliegend fraaie vliegpatronen kunnen laten zien. Bij het in formatievliegen van de spreeuw let elke vogel op zijn directe buren in de lucht en houdt afstand daarvan. Het gevolg is dat als er één een bocht maakt ze dat allemaal gaan doen, waardoor spectaculaire bewegende wolken ontstaan.

Het dicht-op-elkaar vliegen van vogels zou net als het met elkaar zwemmen van visjes voordeel kunnen opleveren ten aanzien van predatoren. Deze kunnen het dan zeer moeilijk hebben een keuze te maken welk exemplaar als prooi te pakken. Overigens gaat deze vlieger niet op als de predator een grote bek heeft ontwikkeld en met een hap een halve school naar binnen kan werken (walvissen).

Spreeuwen in rode kornoelje.

Afwijkingen

Een enkele maal kan men wilde vogels zien met afwijkingen, bijvoorbeeld een teek op een vogel (huismus, spreeuw) komt tamelijk frequent voor. Ook kan men bij wilde vogelsoorten, als de koolmees, of vinkensoorten, vogelpokken waarnemen. In Engeland is veel geschreven over protozoaire keelpathologie (het geel) bij wilde vinkachtigen.

Op onze pindakaas kwam een spreeuw af, waarschijnlijk een oude vogel, met een opvallende schaarbek. Omdat het dier daarmee moeilijk kon eten, was de pindakaaspot een uitkomst voor deze vogel, maar hij liet zich slechts een paar dagen zien.

Spreeuw met schaarbek.

Eigenlijk gaat dat meestal altijd zo met wilde tuinbezoekers. Het resultaat is dat je niets zeker weet en moet genieten van het moment, dat je slechts kan bevorderen door omstandigheden te creëren waar het gedierte op af komt.

Kenmerken

Datum 2022 / 12
Publicatie Artikel
Thema Vogels